Mirchi ka salan is Hyderabadse pepersaus die bij biryani wordt gegeten. In Hyderabad komt biryani zelden zonder mirchi ka salan op tafel. Mirchi betekent chilipeper, salan is curry of saus. Dikke groene pepers worden in de lengte ingesneden, in de pan gebakken tot de schil blaren trekt en daarna gestoofd in een saus van geroosterde pinda’s, sesam, kokos en gebakken ui. Die nootachtige basis maakt de scherpte een stuk milder.
Tamarinde zorgt voor het zuur, een lepel bruine suiker rondt het af. Het resultaat is hartig, zuur, licht zoet en pittig tegelijk. Precies wat een rijke biryani nodig heeft. Maar ook naast basmatirijst of naan is het een volwaardig bijgerecht. Neem vooral de tijd voor de saus. Pas als hij glanst en er olie bovenop drijft, is hij klaar.
Recept
Mirchi ka salan
Ingrediënten
Salan pasta
- 45 g pinda’s
- 3 el sesamzaad
- 3 el kokosrasp
- 1 kleine ui in ringen
- 10 g gember geschild en in plakjes
- 4 knoflooktenen
- 60 ml olie
- 250 ml water voor de salan pasta
Andere ingrediënten
- 6 groene pepers mild tot middelheet
- 2 el tamarindepasta
- 1 tl mosterdzaad
- 1 tl komijnzaad
- 10 kerriebladeren
- 1 tl zout
- 0,5 tl kurkuma
- 1 tl Kashmiri chilipoeder
- 1 tl garam masala
- 1 el bruine suiker naar smaak
- 450 ml water om geheel te koken
Bereidingswijze
- Spoel de pepers af en snijd ze in de lengte in, maar laat de steel en de punt heel zodat ze hun vorm houden. Verwijder naar wens de zaadlijsten voor minder scherpte.
- Rooster de pinda’s in een droge pan op middelhoog vuur goudbruin en geurig, in 6 tot 7 minuten.
- Voeg het sesamzaad en de kokos toe en rooster ongeveer 2 minuten mee tot het geurt. Let op dat het niet verbrandt; zet het vuur zo nodig lager. Haal alles uit de pan, leg het op een bord en laat afkoelen.
- Verhit de helft van de olie (30 ml) in dezelfde pan. Bak de ui, gember en knoflook in ongeveer 9 minuten op middelhoog vuur goudbruin. Schep het mengsel op hetzelfde bord en laat de overtollige olie in de pan achter. Laat afkoelen.
- Pureer het uienmengsel met de geroosterde pinda’s, sesam, kokos en 250 ml water tot een gladde pasta.
- Bak de pepers in dezelfde pan op middelhoog vuur tot de schil blaren trekt, in 5 tot 6 minuten. Is de pan droog, voeg dan hooguit 1 tl olie toe; meer gaat spatten. Haal de pepers uit de pan en zet apart.
- Verhit de rest van de olie op laag tot middelhoog vuur. Fruit het mosterdzaad, het komijnzaad en de kerriebladeren tot het mosterdzaad begint te springen. Roer het chilipoeder, de kurkuma, het zout en de garam masala er kort door, zonder ze te laten verbranden.
- Roer direct de pasta erdoor. Voeg tamarinde en 450 ml water toe. Breng aan de kook, zet het vuur middelhoog en laat minimaal 15 tot 20 minuten afgedekt pruttelen. Roer af en toe. Neem hier de tijd: de saus is klaar als hij dik, glad en glanzend is, heerlijk geurt en er wat olie bovenop drijft.
- Voeg de gebakken pepers en de suiker toe. Laat afgedekt nog 5 tot 10 minuten garen tot de pepers zacht zijn maar nog heel. Is de saus te dik en zijn de pepers nog niet gaar, voeg dan wat heet water toe.
- Proef en breng op smaak met extra zout of tamarinde. De salan hoort pittig, zuur en licht zoet te zijn. Zet het vuur uit zodra er olie bovenop de saus komt en de saus licht vloeibaar is. Hij dikt nog in bij het afkoelen.
- Serveer bij biryani, witte rijst, roti of naan.


