Maak een bol van het deeg, leg het in een ingevette kom en dek af. Laat 45 à 60 minuten rijzen op een warme plek, tot het deeg verdubbeld is.
Druk de lucht eruit en verdeel het deeg in 3 gelijke stukken van ongeveer 225 g. Weeg ze, zodat ze even snel rijzen. Maak er bollen van en laat ze 20 minuten rusten onder een goed uitgewrongen vochtige doek.
Rol elk stuk uit tot een rechthoek van 15 × 20 cm.
Vouw de linkerrand naar het midden en klop er licht op. Vouw de rechterrand over het midden, 1 cm over de linkerflap. Rol er één keer licht overheen.
Rol het deeg vanaf de onderkant losjes op naar boven en knijp de naad dicht. Herhaal dit voor de andere twee bollen.
Vet het broodblik in. Leg de drie rollen dwars naast elkaar in het blik, met de naad onder. Leg ze allemaal in dezelfde richting, precies zoals je ze hebt opgerold: niet omdraaien.
Dek af en laat 40 à 50 minuten rijzen, tot het deeg net boven de rand uitkomt. Verwarm ondertussen de oven voor op 180 °C hete lucht.