Smelt 2/3 van de chocolade via au-bain-marie, magnetron of via sous vide tot een smelttemperatuur van 45°C. Gebruik je pure chocolade dan kan je tot maximaal 50°C smelten. Gebruik je melkchocolade, dan kan de chocolade niet warmer worden dan 45°C. Het is veiliger om 40 °C aan te houden als smelttemperatuur voor melkchocolade.
Voeg daarna in kleine delen de resterende eenderde (1/3) ongesmolten chocolade (callets of schaafsel) toe.
Roer de chocolade rustig door. De toegevoegde ongesmolten chocolade bevat de stabiele bèta-kristallen die de kristallisatie op gang brengen.
Wacht met het toevoegen van een volgend deel totdat de toegevoegde chocolade helemaal gesmolten is. Als de callets snel smelten, voeg dan meer toe om de temperatuur sneller te verlagen.
Blijf de temperatuur meten en stop met het toevoegen van vaste chocolade wanneer de de juiste verwerkingstemperatuur is bereikt: 31°C - 32°C voor pure chocolade en 29°C - 30°C voor melkchocolade
De chocolade is klaar voor gebruik als deze dikker en glanzender wordt.