Maal de lomboks en rawits met de staafmixer tot een fijne pasta.
Wrijf de sjalotten en de knoflook met 1/2 theelepel zout in de vijzel tot een fijne bumbu.
Verhit de olie in een pan op zacht tot middelhoog vuur. Fruit er de gemalen sjalotjes, knoflook, laos en limoenblad in voor 4 tot 5 minuten. Voeg dan de gemalen chilipeper toe en bak dit al omscheppend nog 2 minuten mee.
Giet de geweekte gedroogde garnalen af en Maal ze in de vijzel fijn.
Voeg de gemalen garnalen, de peteh bonen, de tomaat en de trassi toe met de overige 1/2 theelepel zout en de gula jawa. Bak het nog 5 tot 7 minuten, draai dan het vuur uit. Roer van het vuur het limoensap erdoor.
Schep de sambal trassi in gesteriliseerde schone pot. Schenk er een laagje schone olie op zet de sambal in de koelkast.