Doe de twee soorten bloem en zout in een grote kom. Meng de suiker in het lauwwarme water totdat alles is opgelost en voeg dit water langzaam toe aan de bloem. Roer kort door.
Voeg de instant gist toe of verkruimel het verse gist en meng dit goed door het deeg. Kneed het deeg met een deegmachine of met de hand tot een glad, elastisch geheel. Voeg de olijfolie in 2 of 3 stappen toe en blijf kneden totdat de olie volledig is opgenomen.
Zet het deeg in een kom, dek het af met een theedoek en laat het 10 minuten rusten.
Vorm een bol van het deeg (gebruik eventueel wat meel op je werkblad om plakken te voorkomen). Druk de bol iets plat en vouw het deeg in drie stappen: vouw een kant naar het midden (⅓ van het deeg), vouw vervolgens het geheel naar ⅔ en vouw de flap die over is over het deeg. Zorg dat de vouw onderop zit en leg het deeg in een ovale vorm. Laat het daarna een uur rijzen op een warme plek.
Besprenkel een ovenschaal met olijfolie en verdeel dit gelijkmatig over de plaat. Verplaats het deeg naar de bakplaat en trek het voorzichtig uit, zodat het de hoeken van de schaal bereikt. Bestuif het deeg licht met bloem, dek het af met een schone theedoek en laat het nog een uur rijzen. Zorg ervoor dat het deeg niet uitdroogt. Om te voorkomen dat het deeg afkoelt, kun je een kommetje kokend water onder de bakplaat plaatsen in de oven, wat zorgt voor een warme omgeving.
Meng het water, olijfolie en extra olijfolie 3 minuten met een staafmixer of blender totdat het goed emulgeert. Druk met je vingers diepe kuiltjes in het deeg, zodat de vinger bijna de plaat raakt zonder gaten of scheuren te maken. Voeg het water-olie mengsel toe, zorg ervoor dat de hele bovenkant goed bedekt is. Laat het deeg nog een uur rijzen.
Verwarm de oven voor op 230°C met hete lucht. Bak de focaccia 15-20 minuten totdat deze goudbruin en gaar is.