Meng de boter met de suiker en het zout. Kneed daarna de bloem erdoor tot een samenhangende deegbal. Verpak het deeg in plasticfolie en laat het minstens 1 uur rusten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Druk het deeg uit in een springvorm van 24 cm Ø. Bestrijk de bovenkant met het losgeklopte ei. Laat rusten. Bestrijk na een ½ uur de bovenkant nogmaals met het ei en trek met een vork ruitjes in de boterkoek.
Bak de koek ongeveer 20 minuten tot hij goudbruin is. Zorg ervoor dat de koek niet te donker wordt. Laat afkoelen en verwijder de vorm.
Notities
H: de ruitjes op de koek zorgen ervoor dat het eistrijksel niet loslaat tijdens het bakken.