Verhit 2 eetlepels van de olijfolie in een grote koekenpan op matig vuur en bak het amandel- of pijnboompittenschaafsel goudkleurig. Schep het schaafsel met een schuimspaan uit de pan en laat het op keukenpapier uitlekken. Voeg de uien toe en fruit tot ze glazig worden. Voeg het gehakt, zout en de specerijen toe. Bak al roerend tot het gehakt goed bruin is. Roer
het schaafdel er weer door, haal de pan van het vuur en laat afkoelen.
Verwarm intussen de oven voor tot 200 °C en vet een bakplaat in met olijfolie.
Maak de sigaren: leg een filodeegvel op het aanrecht en snijd het in de lengte doormidden. Schep er in een lijntje een paar eetlepels van de vulling op, aan de kant die het dichtste bij je is; laat hierbij aan de drie kanten een randje van 1 cm vrij. Vouw de zijkanten over de vulling en rol het deeg een keer om. Bestrijk de rest van het deeg met olie en rol tot je een pakketje in de vorm van een sigaar hebt. Leg de sigaar op de ingevette bakplaat en herhaal tot je al het deeg en alle vulling hebt gebruikt.
Bestrijk de sigaren met de rest van de olie en bak ze in 10 tot 13 minuten goudbruin.
Dien ze meteen op, zodat ze heerlijk krokant zijn van al die dunne deeglaagjes. Lekker met wat granaatappelmelasse erover en wat dikke yoghurt om te dippen, en misschien met een glas ayran erbij.