Halveer de uien, haal de kern eruit en snijd ze in dunne halve ringen. Meng ze met het zout, knijp ze goed fijn en laat ze 30 minuten staan. Er komt veel vocht vrij. Gooi dat niet weg, want dat wordt je beslag.
Verhit de olie in een frituurpan of in een grote pan (tot een derde gevuld) tot 180 °C. Gebruik een thermometer als je die hebt. Zet een kom koud water naast het fornuis en zet de oven op 100 °C.
Doe het kikkererwtenmeel, het rijstmeel, het citroensap, de kruiden, de gember en eventueel de peper en de koriander bij de uien. Meng alles met je handen. De uien moeten helemaal bedekt zijn met een dun, plakkerig laagje, zonder losse klonten beslag. Blijft er droog meel liggen, voeg dan per eetlepel water toe.
Ga direct frituren. Maak je handen nat en neem een losse, rafelige hoop van het mengsel, ongeveer een eetlepel groot. Laat die in de olie glijden. Druk hem niet stevig aan: juist de uitstekende sliertjes worden het krokantst.
Bak 3 à 4 porties tegelijk, ongeveer 4 minuten, tot ze diep goudbruin en krokant zijn. Draai ze af en toe om en roer voorzichtig, zodat ze niet aan elkaar plakken.
Laat ze uitlekken op een rooster, bestrooi ze met een beetje zout en houd ze warm in de oven terwijl je de rest bakt.