Overgiet de mihoen met heet water en laat 2 à 3 minuten weken, tot hij soepel maar nog stevig is. Negeer de tijd op de verpakking: hij gaart in de wok verder. Spoel koud af, laat goed uitlekken, pluk de slierten los en dek af met een schone theedoek. Knip er eventueel een paar keer met een schaar doorheen, dat mengt makkelijker.
Verhit de wok met 1 el olie en roer de eieren tot zacht roerei. Haal uit de wok.
Bak de kip in 2 à 3 minuten gaar en daarna de garnalen in 1 à 2 minuten, tot ze net roze zijn. Leg bij het ei. Gebruik je char siu, dan sla je deze stap over voor het vlees.
Verhit de wok tot hij rookt en voeg 1 el olie toe. Roerbak ui, paprika, wit van de lente-ui en knoflook 1 minuut.
Strooi de kerriepoeder erover en roer 20 à 30 seconden, tot het geurt. Niet laten verbranden.
Voeg de mihoen en eventueel nog 1 el olie toe. Laat 30 seconden liggen en schep dan om door de noedels op te tillen, tot ze gelijkmatig geel zijn. Licht bakken is genoeg, veel minder dan bij chow mein.
Giet de saus langs de rand. Voeg taugé, groen van de lente-ui, ei, kip of char siu en garnalen toe en schep 1 minuut om. Maak af met sesamolie en witte peper.