Maak eerst de beurre noisette. Zet de boter op in een steelpan en laat koken tot het vocht eruit is en het gaat kleuren. Roer een paar keer met een garde om de melkbestanddelen van de bodem los te roeren. De melkbestanddelen moeten karamelliseren en de kleur en geur van hazelnoot krijgen (vandaar de naam). Haal meteen van het vuur en voeg de kappertjes en het citroensap toe.
Zout de rog licht en dep droog als het zout is ingetrokken. Verhit een paar eetlepels zonnebloemolie in een antiaanbakpan en bak de rog hierin circa 2 minuten per kant. Rog heeft aan een kant een dikkere laag vlees, bak hem daar wat langer op. Zet wanneer de vis kleur heeft het vuur lager en laat de rog nog even op de dikke kant liggen. Als je met een vleesvork van de dunne kant naar de dikke kant prikt, voel je precies waar hij al gaar is. De vork moet er net makkelijk doorheen gaan.
Leg de rog op warme borden en schep de saus eerst goed om zodat de citroen en boterbestanddelen goed gemengd zijn. Hak de peterselie fijn en meng op het laatst door de saus.
Fileer de rog door met de draad van het vlees mee het vlees eraf te snijden. Anders wordt het mikado spelen.
Serveer met een lekkere aardappel of wat kleine Shanghaipaksoi.