Verhit de oven tot 200 °C.
Maak eerst de köfte. Schep het gehakt, de panko (als je die gebruikt), kruiden, knoflook, specerijen, baksoda, 1 theelepel zout en flink wat gemalen peper in een grote kom door elkaar. Rasp de ui op de grove kant van een blokrasp en knijp overtollig vocht eruit — je hebt dan ongeveer 85 gram ui. Voeg die toe aan de grote kom. Rasp de tomaat, schenk in een zeef en laat uitlekken — je hebt dan ongeveer 70 g tomatenpulp. Voeg toe aan de grote kom.
Schenk wat olie in een kommetje, vet je handen ermee in en kneed het mengsel ongeveer 4 minuten goed door. Zet opzij en laat 20 minuten rusten.
Schep intussen de ui, groene en rode paprika, tijm, 2 eetlepels olie en ½ theelepel zout door elkaar in een grote gietijzeren koekenpan of ovenbestendige hapjespan. Zet 15 minuten in de oven, of tot de uien en paprika’s zacht zijn en bruine plekjes hebben. Haal voorzichtig uit de oven en verhoog de temperatuur tot 220 °C.
Rol met ingevette handen 12 torpedovormige köfte van 55–60 gram van het gehaktmengsel.
Roer het paprikapoeder en de tomaten door de paprika’s. Klop in een kannetje de passata, azijn, ahornsiroop en ¼ theelepel zout door elkaar en schenk in de pan. Leg de köfte erbij, met de paprika’s eromheen, en besprenkel met 1 eetlepel olie. Zet 8 minuten in de oven en keer de köfte om.
Verdeel de feta erover en bak nog 12 minuten, of tot de bovenkant mooi bruin is en borrelt.
Bestrooi met de extra kruiden en dien rechtstreeks uit de pan op.