Snijd de tofu overdwars doormidden en dan in plakken van 1 centimeter dik. Snijd de plakken over de platte zijde diagonaal doormidden zodat je driehoeken krijgt. Doe de tofu met 1 liter water, 1 eetlepel zout, 1 geplette teen knoflook en de tamarindepulp in een afsluitbare bak en laat minstens 4 uur marineren. Verhit twee eetlepels olie in een steelpan op middelhoog vuur en fruit er de overige fijngesneden knoflook met de rawits tot licht goudbruin in. Schep het uit de pan over in een vijzel en maal het met het overige zout fijn. Schep de bumbu over in een schaaltje en zet opzij. Maal de vliespinda’s in de vijzel met het limoenblad tot een fijne bumbu. Hoe fijner je de pinda’s maalt hoe gladder de saus.
Breng in een kookpan 250 milliliter water met de bumbu met de gemalen pinda’s, de kokosmelk, ketjap manis, palmsuiker, 1 theelepel zout en de overige eetlepel tamarindepulp aan de kook. Zet het vuur dan zacht en laat de saus 30 minuten zachtjes inkoken.
Laat intussen de tofu goed uitlekken in een zeef. Verhit ruim olie in een wok op middelhoog vuur tot 185 graden en frituur er de tofu goudbruin in. Laat uitlekken in een vergiet bekleed met wat keukenpapier.
Breng ruim water met wat zout aan de kook in een ruime pan op middelhoog vuur. Kook de aardappels in enkele minuten beetgaar. Neem ze met een schuimspaan uit de pan en laat uitwasemen. Kook in hetzelfde kookvocht de sperziebonen in enkele minuten beetgaar. Spoel na met koud water en laat uitlekken. Blancheer de spitskool en de taugé 30 seconden, giet af en spoel na met koud water. Laat alle groente goed uitlekken.
Verdeel een laagje warme saus over de borden. Rangschik daarover de gebakken tofu, aardappels en de groente, de komkommer. Snijd de eieren in vieren en leg ze op de borden. Garneer met de fijngesneden peterselie en de gebakken uitjes. Serveer met de emping en de overige saus.