Ontpit de vruchten, snijd de mirabellen in vieren en de perziken in kleine stukjes. Doe het fruit in een stevige pan en stort de suiker erop. Laat het even een paar uur op het aanrecht staan, zodat de suiker in het sap van de vruchten oplost.
Ga ondertussen verder met het voorbereiden van lege potjes. Je hebt ongeveer 6 potten nodig voor deze hoeveelheid (maatje Bonne Maman). Zorg dat je de jampotten goed steriel maakt door de potjes in een grote pan water 5 minuten te koken. Gooi de laatste 60 seconden de deksels erbij. Haal de potten en de deksels met een knijptang uit het kokende water en zet alles weg op een schone theedoek om te drogen.
Doe een schoteltje van aardewerk in de koelkast. Deze heb je later nodig om de consistentie van de jam te testen.
Zet de pan met fruit en suiker op het vuur en breng aan de kook. Laat de jam 15 tot 20 minuten pruttelen op middelhoog vuur. Pruimen en perziken moeten langer koken dan zacht fruit, zoals aardbei, bramen en frambozen.
Voeg na 10 minuten het merg van 2 vanillestokjes toe. Je kunt de lege stokjes meekoken voor extra vanillesmaak.
Je kunt controleren of de jam klaar is door het schoteltje uit de koelkast te gebruiken. Giet op het koude schoteltje een kleine hoeveelheid hete jam. Stolt het, dan is de jam klaar, loopt het van het schoteltje af, dan moet de jam nog verder inkoken.
Vis de vanillestokjes uit de jam en voeg het citroensap toe. Je kunt nu een keuze maken: hou je van ‘gladde’ jam, gebruik dan de staafmixer. Wil je het liever ‘chunky’, dan kun je het laten zoals het is. Je kunt ook met een stamppotstamper de stukjes fruit te lijf gaan.
Ook kiezen voor de juiste consistentie staat je vrij. Een stevige jam moet langer koken, dan een jam die een beetje mag vloeien. Het schoteltje zal je helpen kiezen. Houd het tussen de tests door wel koel.
Als je tevreden bent met de consistentie van de jam, giet dan de jam in potjes. Veeg de randen schoon met keukenpapier en azijn. Sluit de deksel goed en laat de potten jam ondersteboven afkoelen. Labelen en klaar.